Het Europese Hof van Justitie (EHvJ) heeft op 16 oktober 2025 de beroepsprocedure van Nederland in een langlopende kwestie over gok- en loterijmonopolies verworpen. Daarmee blijft een eerdere uitspraak van het Gerecht van de EU (2023) in stand, die stelde dat de Europese Commissie onvoldoende had onderzocht of de Nederlandse overheid in 2014 illegale staatssteun verleende via het verlengen van licenties zonder deze beschikbaar te stellen voor andere partijen.
Waar draait de zaak om?
De vereniging European Gaming and Betting Association (EGBA) had in 2016 een klacht ingediend bij de European Commission (EC) over het proces waarmee Nederland haar vergunningen voor kansspelen en loterijen verlengde. Volgens de EGBA verliepen die verlengingen zonder een open, transparante aanbesteding — wat mogelijk strijdig was met Europese staatssteunregels.
In 2020 sloot de Commissie de zaak zonder formeel onderzoek, omdat zij geen staatssteun zag. Maar in 2023 oordeelde het Gerecht dat de Commissie haar verplichtingen niet voldoende had nagekomen, en werd het besluit vernietigd. Nederland ging in beroep, maar dat beroep werd nu door het EHvJ verworpen.
Gevolgen voor Nederland en de markt
- Nederland moet niet alleen haar eigen proceskosten dragen, maar ook de verzoekende partij (EGBA) vergoeden.
- De Commissie zal een formeel onderzoek moeten instellen naar de procedures omtrent het verlenen van vergunningen in Nederland, met name of betalingen aan goede doelen of andere structuren indirecte staatssteun vormen.
- De uitspraak vestigt een precedent voor andere lidstaten: aanbestedingsregels en staatssteunaspecten mogen niet over het hoofd worden gezien bij kansspellicenties.
Wat betekent dit voor de juridische en regulerende wereld?
Volgens EGBA-secretaris-generaal Maarten Haijer is dit “een duidelijke overwinning voor de juiste handhaving van EU-recht.” De uitspraak benadrukt dat de Commissie haar onderzoeksplicht serieus moet nemen — en dat staten niet zomaar processen mogen hanteren die bredere markttoegang of concurrentie beperken.
Voor de Nederlandse kansspelmarkt betekent dit mogelijk hernieuwde aandacht voor de manier waarop licenties worden toegekend — ook in de aanloop naar de eerste ronde van het verlengen van de bestaande vergunningen in 2026.
De uitspraak van het Europese Hof maakt duidelijk dat Nederland — en de Europese Commissie — geen eenvoudige weg heeft naar een verlengd monopolie zonder transparantie. Voor de markt betekent het: controleerbaarheid, open proces en zorgvuldig marktdesign zullen een nog grotere rol gaan spelen.


