Het Nederlandse kansspelbeleid kan opnieuw voor belangrijke veranderingen komen te staan. Tijdens een debat over kansspelen in de Tweede Kamer op 23 september werden twaalf moties ingediend, met voorstellen die uiteenlopen van een verlaging van de kansspelbelasting tot een veel breder verbod op gokreclame en strengere maatregelen tegen illegale aanbieders.
Geen van deze voorstellen is op dit moment al beleid. Het gaat om moties waarover de Tweede Kamer nog moet stemmen en zelfs wanneer een voorstel wordt aangenomen, kan aanvullende wetgeving nodig zijn voordat er in de praktijk iets verandert. Toch geeft het debat een duidelijk beeld van de richting waarin verschillende Kamerleden het Nederlandse kansspelbeleid willen bewegen.
Een van de opvallendste voorstellen is om de kansspelbelasting te verlagen van 37,8% naar 34,2%. Daarmee zou de laatste verhoging, die begin 2026 werd doorgevoerd, worden teruggedraaid. Tegelijkertijd ligt er een voorstel om juist op een ander terrein verder te gaan dan de huidige kabinetsplannen: een volledig reclameverbod voor zowel online als landgebonden kansspelen.
Daarmee komen twee belangrijke vragen uit het Nederlandse kansspeldebat samen: hoe blijft de gereguleerde markt aantrekkelijk genoeg voor spelers, en hoe ver moet de overheid gaan om consumenten tegen de risico’s van gokken te beschermen?
Voorstel om laatste verhoging kansspelbelasting terug te draaien
Kamerlid Iem Al Biyati diende een motie in waarin het kabinet wordt gevraagd de kansspelbelasting terug te brengen naar 34,2%. De belasting werd de afgelopen jaren in twee stappen verhoogd. Op 1 januari 2025 ging het tarief van 30,5% naar 34,2%, waarna op 1 januari 2026 opnieuw een verhoging volgde naar de huidige 37,8%. De voorgestelde verlaging zou dus niet betekenen dat de volledige belastingverhoging wordt teruggedraaid. Het tarief zou terugkeren naar het niveau van 2025.
De hogere belasting was oorspronkelijk vooral bedoeld om extra inkomsten voor de overheid te genereren. Bij de invoering werd ervan uitgegaan dat de verhoging vanaf 2026 uiteindelijk ongeveer €202 miljoen per jaar extra zou kunnen opleveren. Daarbij hield de overheid in haar berekeningen al rekening met het feit dat aanbieders en spelers hun gedrag als gevolg van de hogere belasting mogelijk zouden aanpassen.
Inmiddels zijn er echter vraagtekens ontstaan over het financiële effect van de maatregel. Uit het Financieel Jaarverslag van het Rijk over 2025 bleek dat de opbrengsten uit de kansspelbelasting €256 miljoen, oftewel 20,2%, lager uitvielen dan begroot. Ondanks de verhoging van het belastingtarief waren de totale inkomsten ongeveer gelijk aan die van 2024. De overheid wees daarbij onder meer op gedragsveranderingen na de belastingverhoging en op nieuwe regels voor online kansspelen.
Ook de Kansspelautoriteit concludeerde eerder dat de belastingverhoging niet het beoogde effect had. Volgens de toezichthouder was het bruto spelresultaat van zowel online als landgebonden aanbieders gedaald, waardoor de hogere belasting niet automatisch tot hogere belastinginkomsten leidde. Dat betekent overigens niet dat de belastingverhoging de enige oorzaak is van de daling.
De Nederlandse online kansspelmarkt kreeg tegelijkertijd te maken met verschillende andere maatregelen, waaronder strengere regels rond stortingen en spelersbescherming. Uit cijfers van de Kansspelautoriteit bleek eerder dit jaar dat het bruto spelresultaat van de legale online markt in 2025 ongeveer 18% lager lag dan in 2024. De toezichthouder wees daarbij zowel op de strengere regelgeving als op de hogere belastingdruk.
De discussie over de kansspelbelasting draait daarom steeds meer om de vraag of een hoger tarief uiteindelijk niet ten koste kan gaan van de omvang en aantrekkelijkheid van de gereguleerde markt.
Reclameverbod zou verder gaan dan huidige kabinetsplannen
Belasting was slechts één onderdeel van het debat. Kamerlid Diederik van Dijk diende daarnaast een motie in voor een volledig reclameverbod voor alle vormen van kansspelen, dus zowel online als offline. Daarmee zou het voorstel aanzienlijk verder gaan dan de koers die de overheid tot nu toe heeft ingezet.
Sinds juli 2023 geldt in Nederland al een verbod op ongerichte reclame voor online kansspelen. Daardoor verdwenen reclames voor online casino’s en bookmakers onder meer van televisie, radio, billboards en uit gedrukte media. Gerichte online reclame bleef onder voorwaarden wel toegestaan. Aanbieders moeten daarbij onder andere voorkomen dat minderjarigen, jongvolwassenen en andere kwetsbare groepen met de reclame worden bereikt.
In juni 2026 kondigde het kabinet vervolgens aan dat het nog een stap verder wil gaan met een volledig reclameverbod voor online kansspelen. Dat plan maakt deel uit van een breder pakket aan maatregelen waarmee de overheid de bescherming van spelers verder wil aanscherpen. Meer informatie over die koers is te vinden in de kabinetsplannen voor strengere regels rond online kansspelen.
De motie van Van Dijk gaat nog verder. Daarbij zou het onderscheid tussen online en traditionele kansspelen grotendeels verdwijnen en zou reclame voor alle kansspelproducten worden verboden. De gedachte achter het voorstel is dat een verbod dat uitsluitend betrekking heeft op online gokken ertoe kan leiden dat reclamebudgetten verschuiven naar andere vormen van kansspelen.
Als het voorstel uiteindelijk in beleid wordt omgezet, zou Nederland daarmee een aanzienlijk bredere aanpak kiezen dan het reclameverbod voor online kansspelen dat momenteel door het kabinet wordt voorbereid.
Ook illegale goksites komen nadrukkelijk in beeld
Een groot deel van de overige moties richt zich op een ander probleem dat de afgelopen jaren steeds prominenter is geworden: de illegale online gokmarkt. Een van de voorstellen vraagt het kabinet onderzoek te doen naar het gebruik van DNS-blokkades tegen buitenlandse illegale goksites. Daarmee zouden websites van bepaalde illegale aanbieders vanuit Nederland moeilijker toegankelijk kunnen worden gemaakt.
Bezoekers zouden volgens het voorstel kunnen worden doorgestuurd naar een informatiepagina over de risico’s van online gokken en beschikbare hulpverlening. Een andere motie richt zich juist op de online platforms waarop advertenties voor illegale aanbieders verschijnen.
Het voorstel is om de Wet op de kansspelen zo aan te passen dat platforms die herhaaldelijk illegale gokadvertenties blijven tonen nadat zij door de Kansspelautoriteit op de hoogte zijn gesteld, zelf verantwoordelijk kunnen worden gehouden. Dat zou het mogelijk kunnen maken om dergelijke platforms een bestuurlijke boete of andere sanctie op te leggen.
Ook wordt voorgesteld om een centrale lijst van illegale online kansspelaanbieders op te stellen. Niet alleen de Kansspelautoriteit zou die lijst kunnen gebruiken, maar bijvoorbeeld ook betaaldienstverleners, zoekmachines, sociale media, hostingbedrijven en andere partijen die een rol spelen in de infrastructuur rond illegale goksites.
Een aparte motie vraagt daarnaast om een pilot waarbij de Kansspelautoriteit, politie en het Openbaar Ministerie samenwerken om juist die infrastructuur aan te pakken. Daarbij kan worden gedacht aan betalingskanalen, hostingdiensten en online platforms die illegale aanbieders gebruiken om Nederlandse spelers te bereiken.
Die aanpak sluit aan bij de bredere strategie van de overheid. Het kabinet gaf eerder al aan dat de bestrijding van illegaal gokken niet uitsluitend bij de websites zelf kan beginnen en eindigen. Ook bedrijven die betalingen, advertenties, hosting of andere diensten mogelijk maken, kunnen een belangrijke rol spelen.
Nederlands kansspelbeleid blijft volop in beweging
De twaalf moties vormen samen nog geen nieuw pakket aan kansspelregels. Sommige voorstellen kunnen worden verworpen, terwijl een aangenomen motie bovendien niet automatisch betekent dat een maatregel onmiddellijk wordt ingevoerd. Voor verschillende voorstellen zou eerst nieuwe wetgeving moeten worden voorbereid en behandeld.
Toch maakt het debat duidelijk hoe sterk het Nederlandse kansspelbeleid, bijna vijf jaar na de opening van de gereguleerde online markt in oktober 2021, nog altijd in ontwikkeling is. Aan de ene kant groeit de discussie over de vraag of hoge belastingen en steeds strengere regels de positie van legale aanbieders kunnen verzwakken, waardoor spelers mogelijk gemakkelijker uitwijken naar het illegale aanbod.
Aan de andere kant blijven er politieke zorgen bestaan over gokschade, reclame, de bescherming van kwetsbare spelers en de toegankelijkheid van illegale goksites. Juist daardoor is het opvallend dat tijdens hetzelfde debat voorstellen op tafel liggen voor lagere kosten voor legale aanbieders, strengere beperkingen op reclame én krachtigere handhaving tegen de illegale markt.
Voorlopig gaat het nog om politieke voorstellen en niet om definitieve wijzigingen van de Nederlandse kansspelwetgeving. Welke daarvan daadwerkelijk verder komen, zal afhangen van de stemming in de Tweede Kamer en, waar nodig, van de wetgeving die daarna door het kabinet wordt uitgewerkt.





